Dualiteit en Harmonie een Scheppingsmythe

Inspiratie

Yin Yang

Tijdens mijn opleiding tot Lightworker heb ik een Scheppingsmythe geschreven die beschrijft hoe ik mijn eigen ontstaan als mens heb ervaren. Hierbij speelde de strijd tussen de mannelijke en de vrouwelijke kant in mezelf een belangrijke rol. Het verhaal schreef zich destijds als vanzelf, een “Schepping”, ontstaan binnen de richtlijnen van de opdracht. Vaak willen we van alles scheppen en creëren en doen we daarbij erg ons best. Of er borrelt van alles op, dat geen richting heeft. De mooiste creaties ontstaan echter uit een harmonieuze samenwerking.

Scheppingsmythe Helma Eijck 16 juni 2000

In het begin waren er twee zandkorreltjes, die om elkaar heen draaiden en zich zo verplaatsten door het heelal. Ze deden dit eensgezind en ze wisten niet beter of het hoorde zo, draaiend en draaiend om elkaar heen, alsmaar door. Toen op een dag kwamen ze bij een waterpoel, een plek zomaar in dat heelal, die anders was en er blinkend en aanlokkelijk uitzag. Ze hadden allebei dorst gekregen van dat eeuwenlang om elkaar heen draaien en ze wilden ieder als eerste van het heldere water uit die poel drinken. Ze probeerden elkaar te verdringen en begonnen steeds harder om elkaar heen te draaien, waardoor er een enorme wervelstorm ontstond, die al het stof uit het universum aantrok. Ook het water uit de poel werd in de wervelstorm meegezogen en er ontstond een kolkende modderige massa, die door de hevige turbulentie heter en heter werd en langzaam veranderde in een hete ronddraaiende lava bal, de zon. Door de kracht waarmee de zon ronddraaide vlogen er stukken lava van de zon af en dit waren de planeten, waaronder de aarde.

De twee zandkorrels die dit alles teweeg hadden gebracht waren opgegaan in de zon en de planeten. Ze wisten niet meer precies wie en wat ze waren. Ze waren hun vorm kwijt, vermengd met het stof uit het heelal en het water uit de poel. Ze waren samengesmolten met de massa. Maar de echo van hun oorspronkelijke bestaan was er nog steeds: twee zandkorrels, eendrachtig samenwerkend om elkaar heen draaiend, zich op die manier verplaatsend door het heelal. Deze echo bevond zich in de zon, in de planeten en ook in de aarde. Maar ook de echo van hun strijd om het water bevond zich in de zon, de planeten en de aarde. Uit deze beide echo’s ontstond de mens. Diep vanuit de aarde klonk het geluid van deze twee echo’s en hun trillingen vermengden zich en plantten zich voort door de bergen en dalen, de zeeën en de rivieren. En uit deze rivieren liepen de mensen richting land en ze voedden zich met dat wat het land voortbracht. Er kwamen zowel mannen als vrouwen uit de rivieren en niemand stelde daar vragen over, want het was zo en het hoorde zo. En de mannen en vrouwen werkten samen om het land te bebouwen dat de aarde hen had geschonken om van te leven. De vrouwen kregen kinderen en weer was er niemand die er vragen over stelde, het was zo en het hoorde zo. De vrouwen bleven dicht bij het land dat zij bebouwden. Ze zorgden voor de kinderen en verzamelden voedsel dat dicht in de omgeving te vinden was en het was goed. De mannen trokken de bergen en dalen in en ze zagen dat er overal herten en beren waren in de bossen, vogels in de lucht en vissen in het water. Ze vingen ze en brachten ze mee terug als voedsel en huid voor hun kleding. Niemand stelde er vragen over, want het was zo en het hoorde zo.

Toen op een dag, klonk er diep vanuit de aarde een enorm gerommel, de aarde barstte open en een gloeiend hete lavamassa stroomde uit de spleten van de aardkorst en vernietigde alles op zijn weg. De landbouwgronden werden weggevaagd, de dorpen verbrand en vooral vrouwen en kinderen vonden de dood in de vernietigende hitte. Slechts een aantal mannen kon zich redden en zij vluchten de bergen in, op zoek naar nieuw land. Zij liepen eindeloos en kwamen na vele omzwervingen in een vruchtbaar dal terecht, waar het wemelde van het wild, met heldere meertjes barstensvol vis. Maar er waren ook andere mensen, mannen, vrouwen en kinderen, die leefden in dorpjes rond bebouwde akkertjes. Afgunstig keken de mannen, die zoveel verloren hadden en zoveel ontberingen hadden geleden naar deze overvloed en weelde en ze begonnen plannen te smeden om zich deze rijkdom toe te eigenen. Ze begonnen zichzelf ineens vragen te stellen als: ‘waarom hebben zij zoveel en wij niets?’, waarom moesten onze vrouwen en kinderen sterven, terwijl hier alleen vreugde en geluk was?. Ze besloten de mannen ’s nachts in een hinderlaag te doden en de vrouwen en kinderen vast te nemen. Ze slaagden hierin, maar er ontstond een enorm tumult. De vrouwen en kinderen die gevangen waren krijsten van woede en verdriet en weigerden elke medewerking aan hun overvallers. De mannen dreigden hierdoor in paniek te raken en ze besloten tot een volgende gruwelijke daad over te gaan: ze rukten de vrouwen en kinderen hun tong uit, zodat ze alleen nog maar een schor geluid konden uitbrengen en ze kregen geen eten en drinken meer, totdat ze zouden meewerken. Veel kinderen overleefden dit niet en ook veel vrouwen stierven, overmand door verdriet om datgene wat ze hadden verloren. Een aantal vrouwen had besloten zich nooit over te geven aan hun overvallers en ook deze vrouwen stierven met stijf gesloten mond, weigerend om zelfs maar een schor geluid uit te brengen, of om maar regendruppels op te vangen om niet te verdorsten. Uiteindelijk bleef er een klein groepje vrouwen over, die toch wilden blijven leven, onder wat voor omstandigheden ook, die koste wat kost hun kinderen wilden zien opgroeien. Zij vingen wel regendruppels op, om niet te verdorsten, zij slaakten schorre zuchten en zij weenden bittere tranen en uiteindelijk gaven zij mee. Ze bogen zoals het gras in de wind in de hoop weer rechtop te kunnen staan en rijpe aren voort te brengen. Ze namen de nieuwe gebruiken en gewoonten van hun overvallers aan, wat betekende dat ze in hun vrijheid werden beknot. De mannen waren immers bang dat de vrouwen die ze met zoveel moeite in hun bedwang hadden gekregen er vandoor zouden gaan. De vrouwen probeerden, al buigend, zoveel mogelijk te leven zoals zij dat wensten binnen de begrenzingen die hun werden opgelegd, want aldoor bleef de hoop eens weer rechtop te kunnen staan. Doordat de vrouwen geen tong meer hadden om te spreken, konden ze hun kinderen ook niet hun oude taal leren, maar stilzwijgend gaven ze in ieder geval de hoop door.

Zo gingen de jaren voorbij en jaren werden eeuwen en eeuwen werden duizenden jaren en bijna waren de vrouwen vergeten, dat ze eens samenwerkend met mannen een gelukkig en vredig leven hadden gekend. Ze waren net als de twee zandkorreltjes, die ooit eendrachtig om elkaar heen draaiend het heelal doorkruisten, opgegaan in een massa, ze wisten niet meer wie of wat zij waren en waar ze vandaan kwamen. Maar net als bij de zandkorrels bleven er twee echo’s klinken, eerst zachtjes, maar allengs steeds luider. De echo’s begonnen te klinken in de lichamen van de vrouwen en de trillingen werden heviger en heviger en veroorzaakten enorme pijnen. De pijnen werden veroorzaakt, omdat de trillingen van de echo’s niet in harmonie waren. In plaats van elkaar te versterken en te verzachten, daar waar nodig, werkten de trillingen tegen elkaar in, wat een enorme verwarring veroorzaakte, zowel in de lichamen als in de geest van de vrouwen. Er moest iets gebeuren, maar wat? Een teken, een signaal, iets van hoger hand om een einde te maken aan de verwarring. Er was stilte… en hoop…. en toen…. een geluid…. een prachtige toon, die klonk in het oor van een vrouw. Eerst zachtjes, maar gaandeweg steeds luider en luider totdat hij niet meer was te negeren en de vrouw die hem het eerst hoorde in haar oor begon deze toon te zingen, eerst zachtjes, maar toen steeds luider en luider. En haar schorre stem werd steeds mooier en kreeg een steeds zachtere klank, waardoor de toon ook bij andere vrouwen begon op te vallen. Ze vingen deze toon soms van mijlenver op, een prachtige klank die doordrong, via de oren van de vrouwen naar de hersenen, die de trillingen ervan verwerkten en omzetten in informatie voor de kelen, zodat die kelen die prachtige klank ook konden gaan voortbrengen. En ook de mannen begonnen deze toon te horen. Ze probeerden hem eerst te ontkennen, maar de toon werd alsmaar luider en was ook voor hun niet meer buiten te sluiten. Af en toe probeerden enkele mannen ook deze toon voort te brengen. Ze kwamen echter niet verder dan een krakend geluid, waar ze zich voor schaamden, en daarna stopten ze ermee. Totdat er een man was die een toon in zijn oor hoorde, een prachtige toon, maar een andere dan die door de vrouwen werd gezongen. Heel zachtjes probeerde hij deze toon te zingen en dat gaf hem een goed gevoel, maar hij durfde het niet harder te zingen, want wat zouden andere mannen wel niet van hem denken?

Toen op een dag was hij bezig met wat werkzaamheden, terwijl hij zachtjes zijn toon zong, die ene toon, die zo anders was dan die door de vrouwen werd gezongen. En ineens voelde hij iets vreemds, er gebeurde iets in zijn hart en terwijl hij zich afvroeg wat dat was, verscheen er plotseling een vrouw naast hem, die haar toon zong, die prachtige toon die door vrouwen werd gezongen en die zo anders was dan die door hem werd gezongen. En hij voelde hoe het geluid van de toon die hij zong en het geluid van de toon die zij zong in zijn hart samenkwamen en daar een trilling veroorzaakte die hem helemaal verwarmde. Hij keek naar de vrouw en zag dat zij helemaal leek te gloeien en hij voelde hoe ook hij begon te gloeien. De man en de vrouw werden naar elkaar toegetrokken als twee magneten en toen zij elkaar aanraakten, versmolten hun harten tot één trillend hart, pulserend in het ritme van de twee tonen. Een tijdje bleven ze zo staan, verslaafd aan dit nieuwe gevoel, maar daarna lieten ze elkaar los en stonden ze weer op zichzelf. Ze bleven hun toon echter zingen en de man durfde zijn toon nu ook luider te zingen, waardoor ook andere mannen deze toon konden horen. En langzaam maar zeker begonnen steeds meer mannen deze toon te horen en zachtjes te zingen, totdat ze een vrouw tegenkwamen die haar toon zong, waardoor ook hun harten gingen pulseren in het ritme van de twee tonen. Daarna begonnen ook deze mannen hun toon luider te zingen, zodat iedereen het kon horen en uiteindelijk zong iedereen zijn of haar toon en was er weer harmonie op aarde. Na een lange tijd stierf het geluid van de twee tonen uit, het was niet meer nodig om de tonen te laten horen, ze klonken in de harten van de mensen.

Wijzigingsdatum | 23-12-2011 17:29